Tornooi tips


Hallo jumpsmashers, Veel gestelde vragen en tips bij tornooien… Was het maar zo simpel. Het gaat natuurlijk om veel meer. Zo zou in elk antwoord het woordje ‘planning’ kunnen terugkomen. Dus geef ik daar wat uitleg over. Verder beschouw ik badminton als een (long) ‘life- time-activity’. En daar komen vroeg of laat enkele sportieve verwachtingen bij. Vandaar eerst de volgende vragen die u zelf beantwoordt !

Wat zijn mijn ambities?

Welke doelen zouden realistisch zijn, rekening houdend met m’n talent en huidig niveau? Hoeveel tijd kan ik aan badminton spenderen, rekening houdend met m’n werkuren, familie en ander sociaal leven? Kan ik het me permitteren?

Deze vragen kan ik niet voor u beantwoorden maar als u ze onbelangrijk vindt en ‘plezier beleven’ daarentegen veel belangrijker acht, dan is de volgende tekst over ‘planning’ niet voor u bedoeld. De veelgestelde vragen over tornooien raad ik iedereen aan. “Want het moet een hobby blijven, niet waar!?”

Planning

1) Lange termijn-planning

Wat is het doel en hoe ziet m’n prestatie curve eruit, over enkele jaren heen ? Nog eens de vraag 2 van hierboven in een curve (tijd <–> prestatie-niveau) trachten te zetten…

2) Jaarplanning

Dit wordt bepaald door de tornooikalender. Deze start eind augustus en eindigt reeds begin mei… Omdat ik aanraad om zoveel mogelijk tornooien te spelen moet je goed op voorhand weten welke tornooien er op komst zijn. Die kalender verandert nauwelijks ieder jaar, dus een beetje van buiten leren kan geen kwaad. Wel enkele inschrijf tips:

3) Periode planning van één maand of 2

Hier wordt het steeds moeilijker… Verschillende factoren zoals gezondheid, agenda, cyclussen (zie verder), voorbereiding,… kunnen roet in je planning gooien. Rust en evenwicht zoeken we allemaal op onze eigen manier. Het aantal voorbereidende trainingen probeer je zo goed mogelijk na te komen. Een inhaal of extra training plannen als je eens niet kan zal je vertrouwen doen toenemen.

4) Macro-planning

Een week op voorhand weten, welke dagen badmintontrainingen zijn en welke dagen een conditietraining zijn. Tijdens het seizoen ligt de nadruk natuurlijk op techniek en wedstrijdtraining. Vanaf mei tot en met augustus tracht je dat OOK te doen ! Maar dikwijls is dat in de praktijk niet mogelijk en moet je wel gaan lopen of zwemmen.

5) Micro-planning

Hoe goed voel je je om te trainen, iedere dag opnieuw en wat ga je specifiek trainen (enkel of dubbel; wedstrijd, techniek of beide?) Hoe meer je bovenstaande zaken opschrijft, hoe beter je planning zal zijn. Maar omdat die planning-theorie voor de meesten al ver gezocht is en voor de ene beter werkt dan de andere. En ook omdat het ‘moment zelf’ vooral telt volgen nu de FAQ’s, vooral over tornooivoorbereiding. Het is wel vooral “eigen recept”. Ik kan niet garanderen dat het voor iedereen werkt !

Veel gestelde vragen over het spelen op tornooien

Zijn tornooien leuk?

Ja, als je een paar gelijkopgaande wedstrijden kan spelen en het beste geeft van jezelf. Liefst in een goeie zaal. Nieuwe of bekende mensen ontmoeten maken tornooien ook steeds leuk.

Waarom moet ik tornooien spelen?

Ze zijn een grotere uitdaging dan training of competitie. Je staat in andere “spotlights” en je leert jezelf kennen. Er zijn zeker nog andere antwoorden…

Hoeveel tornooien speel ik per seizoen?

Zoiets bouw je op: m’n eerste seizoen als D/C2-speler waren dat er 4, het seizoen daarop als C2: 6 tornooien. Als C1: 8 tornooien. Het volgende seizoen als C1/B2/B1: 12 tornooien. Dit aantal bleef oplopen en piekte het jaar dat ik A werd met 25 tornooien! Als A zakte het naar 6… Zot ? Misschien wel maar consistentie komt enkel door veel te trainen en te spelen. Door die vele deelnames was ik vaak niet goed voorbereid maar dat nam ik erbij. Vandaag de dag kan ik niet meer – wegens werk – zoveel tornooien spelen, dus tracht ik meer te pieken. Maar toch zijn er nog altijd “routinetornooien” bij, waar ik op voorhand (macro-planning) weet of voel dat het niet veel soeps zal worden.

Hoe ziet een goeie tornooivoorbereiding eruit?

Ik hou het hier bij een “macro planning” van één week. Daarin moet er 3x getraind worden. Bijvoorbeeld: zondag, woensdag en donderdag. GEEN looptrainingen. Eén training moet zo intensief (vb.: 4 sets enkel) mogelijk zijn. Je probeert zoveel mogelijk een tornooiwedstrijd te simuleren.

En qua voeding?

Met een groentenpasta de dag voordien ben je zeker goed voor enkele wedstrijden. Als ontbijt raad ik enkel fruit aan. Naar het toilet gaan voor de match is een MUST. Voor en tijdens de wedstrijd is water drinken nog steeds het veiligst. Na de wedstrijd zijn sportdranken aangewezen. Er wordt niets vast gegeten als je volgende wedstrijd minder dan 1u30 nabij is. Fruit is ideaal. Bij langere wachttijden kan soep, brood of pasta overwogen worden. Maar hou het bij een kleine portie!

Wat doe ik voor de wedstrijd?

Vanalles! In volgorde: je tegenstander kennen, visualiseren en je tactiek bepalen, informatie inwinnen over je aanvangsuur, genoeg opwarmen, aan de juiste kant beginnen en je opslag testen/oefenen.

1) Je tegenstander kennen.

Dagen of uren voor de wedstrijd. Heeft iemand van jouw club er ooit tegen gespeeld? Wat voor speler is het? Jong en technisch of houterig maar efficiënt ? Links of rechtshandig? Enz.

2) Visualisatie en tactiek bepalen.

Dit doe je het best: voor je opstaat of in de auto op weg naar het tornooi. Je moet jezelf daarbij zien badmintonnen. Dat is niet evident, want de meesten onder ons hebben zichzelf nog nooit zien badmintonnen! Je tactiek bepalen wil meestal zeggen: er meteen invliegen en continu bezig zijn met technische zaken en bepaalde slagen, die je meer wil/zal uitvoeren dan andere. Zeg dit laatste tegen jezelf want voor je het weet verval je weer in automatismen.

3) Informatie inwinnen.

Ook al ken je je aanvangsuur, je wil precies weten wanneer het aan jou is. Dit kan je goed volgen op de tabellen. Als ze de wedstrijden van jouw reeks begnnen afroepen, dan gaat dat van boven naar beneden. Als je helemaal onderaan de tabel staat kan je aanvangsuur van bvb. 10u gerust 10u20 zijn! De leiding zal zelden wedstrijden te vroeg afroepen. Als ze dat wel doen, moeten ze dat vooraf melden. Later op de dag is er altijd een tijdsachterstand… Informeer je dan bij de wedstrijdtafel en vraag hoeveel wedstrijden er nog voor de jouwe moeten gespeeld worden… Eénmaal je weet wanneer het precies aan jou is, dan schiet je meteen in actie of je zet je rustig nog even neer met je Ipod en luistert nog wat naar warmwatermuziek.

4) Nog minder dan 20 minuten? OPWARMEN:

In beweging schieten en minstens 10 min. op de pluim slaan, want je wil de zaal al wat gewoon worden. Soms gaat dat niet, want er zijn geen vrije terreinen!? –> Creatief zijn en elk veldje dat vrijkomt, vlug even bezetten en toch wat spelen. Geen partner !? –> Opwarmen in de gang, ropeskippen in de materiaalruimte of footwork doen in een vrije hoek. Het opwarmen met de pluim met je tegenstander mag dan zeker wat langer duren, want je moet de zaal gewoon worden.

5) De wedstrijd

Aan de juiste kant beginnen. De wedstrijd wordt afgeroepen… Je probeert voor je tegenstander op het terrein te staan om aan de slechte kant te beginnen en op te warmen. Dan heb je die alvast ervaren. De slechte kant is die met het “vervelendste licht”. Hoe dieper of hoe meer contrast je ziet, hoe vervelender. Win je de toss? Dan begin je aan die slechte kant. Je schoenen zijn goed geveterd en je pluimen,handdoek en fles water heb je naast je terrein klaar gezet.

6) Opslag testen.

Substantieel ! Je hebt alles geoefend in je opwarming (zie onder) maar nog niet je opslag ! ALTIJD doen voor je begint.

Wat doe ik na de wedstrijd?

Nog veel meer !!
In volgorde: je tegenstander een hand geven en al dan niet feliciteren, wedstrijdblad invullen, COOLING DOWN, informatie winnen en voorbereiding verzorgen voor de volgende wedstrijd.

  1. Fair-play: het mooiste van sport. Na je nederlaag, je tegenstander feliciteren met z’n prestatie en sportiviteit(?). Dit is niet altijd even makkelijk en toch zo belangrijk. Wees geen Serena Williams, die nadien steeds zegt dat ze hééél slecht heeft gespeeld (zucht).
  2. Wedstrijdblad invullen: nauwkeurig doen want dit wordt echt wel gecheckt. Probeer je niet beter voor te doen dan je bent maar gun je tegenstander ook geen punten die hij/zij niet gemaakt heeft.
  3. COOLING DOWN: het belangrijkste dat er op deze pagina staat!? Ik bespaar jullie wat inspanningsfysiologie want ik kan hier geen grafiekjes weergeven. Ik kan enkel maar zeggen dat je na je wedstrijd de volgende 30-45 minuten NIET gaat neerzitten. Training aantrekken, stretchen, wat blijven rondlopen en eventueel een warme douche = NOOIT STIJF !!
  4. Informatie winnen en voorbereiding verzorgen: zie “wat doe ik voor de wedstrijd?”

Wat doe ik tijdens de wedstrijd?

Alles om je heen vergeten. Enkel de pluim en de score telt nog. Zeg deze vaak genoeg LUIDOP. Zeg niet: ”Concentreer je!” als je niet weet wat hoe dat moet! Concentratie wil zeggen: sla de pluim over het net en tussen de lijnen. Hoe? Door te doen wat je al 100.000 keer hebt gedaan op training. Visualiseer dit en zeg het nog eens tegen jezelf: “wat ga ik doen en hoe?”

Trainer Steven